|
Gospel muziek is een vorm van zwarte Amerikaanse muziek, afgeleid van kerkdiensten van spirituals en bluesmuziek. Gospelmuziek verspreidde zich door songpublicaties, concerten, opnames en radio- en t.v.uitzendingen van kerkdiensten vanaf de 30-er jaren. De belangrijkste stimulator voor "zwarte" gospelmuziek lijkt de opkomst van de Pinkstergemeentes aan het einde van de 19e eeuw te zijn geweest. Opnamen van preken van dominees van de Pinkstergemeente waren erg populair onder de zwarte Amerikanen in de 20-er jaren, en aanhoudend werden deze preken, onder begeleiding van koren en musici, waarbij de gemeente enthousiast meedeed, uitgezonden, zodat uiteindelijk de zwarte gospel (god-spell betekent letterlijk "goed verhaal") ook het blanke publiek bereikte.
De stemmen van de predikers van de zwarte gospel werden uiteraard beïnvloed door de seculiere zangers en omgekeerd. Onder verwijzing naar de bijbeltekst uit psalmen, 150 "Alles wat ademt, looft de Heer" verwelkomden de Pinkstergemeentes piano's, orgels, banjo's, gitaren, andere snaarinstrumenten en een beetje koper in hun diensten. Koren lieten vaak de extremen van het bereik van de vrouwelijke stem horen, als tegenwicht voor de predikant. Geïmproviseerde, verhalende passages en extravagante expressiviteit karakteriseren zwarte gospelmuziek. Andere vormen van gospelmuziek laten straatpredikanten zien, die zichzelf begeleiden op de akoestische gitaar, individuele artiesten met hun bands en a capella zingende mannelijke kwartetten. Onder de belangrijkste vertolkers van de zwarte gospel waren de componist van "Precious Lord" Thomas A. Dorsey, Dominee C.A. Tindley, componist van "I'll Overcome", het latere "We Shall Overcome", volkslied van de Amerikaanse beweging voor de burgerrechten, Sister Rosetta Tharpe, die de gospel naar nachtclubs en concertzalen bracht in de 30-er jaren, Mahalia Jackson (1911-1972), die een internationale beroemdheid werd, en de Soul Stirrers, met de later populaire zanger Sam Cooke en Andrae Crouch in de 70-er jaren. |